Onbekende woorden

  • DO - Betekent weg of principe
  • JU - soepel, mee- of toegeven (om te overwinnen)
  • JITA KYOEI - Voorspoed en algemeen welzijn
  • SEIRYOKU ZENYO - Maximum doeltreffendheid bij een minimum aan inspanning.
  • DOJO - Wanneer je naar de judoles gaat moet je je melden in de judozaal.
  • SENSEI - In de dojo vind je de sensei dit is Japans voor judoleraar.
  • TATAMI - In de judozaal noem je de judomat een tatami
  • ZAZAN-ZIT - Met zijn allen in een lange rij netjes naast elkaar in een geknielde judozithouding.
  • REI - Voordat de les begint, gaat iedereen eerst groeten, meestal roept de judoleraar rei (spreek uit als ree) en dan moet iedereen tegelijk groeten.
  • RITSU-REI - Staande judogroet, je nodigt hierbij de andere judoka uit om met jou te gaan judoën
  • RANDORI - Nadat je de technieken hebt geoefend ga je op de training vaak nog een oefenwedstrijd doen.
  • JUDOGI - Judopak